Betonlooktegels
60×60 cm
60×60 cm is het formaat dat weinig opvalt en zelden tegenwerkt. Het maakt een kamer rustig en strak zonder dat de vloer de aandacht opeist. Veel betonlookseries beginnen bij deze maat, dus je hebt hier veel keuze in tint en structuur, en een goede kans dat je later nog een doos kunt bijkopen.
Zo valt 60×60 in een kamer
Een tegel van 60×60 cm is groot genoeg om een vloer rustig te maken en klein genoeg om er nog handig mee om een schouw of een erker heen te leggen. Daarom werkt dit formaat in bijna elke ruimte.
In een woonkamer of open woonkeuken van 20 tot 50 m² krijg je een vloer zonder drukte, en toch ben je niet dagen aan het zagen. Een keuken van 10 tot 15 m² lukt met weinig zaagwerk rond het eiland en de plinten. Een gang van 1 tot 1,5 meter breed vul je met twee of drie banen. In een badkamer van 5 tot 8 m² kan het net zo goed, en in een slaapkamer ook.
Waar het minder goed uitkomt
- Een toilet van 1 tot 1,5 m². Je zaagt dan bijna elke tegel; met 30×60 cm houd je veel meer hele tegels over.
- Heel grote open ruimtes, vanaf ruwweg 60 tot 80 m². Daar begint het net van voegen op te vallen. 60×120 cm of 120×120 cm geeft daar een kalmer beeld.
- De doucheplek zelf. Een vloer die naar een putje afloopt heeft kleinere tegels, mozaïek of een kant-en-klare doucheplaat nodig. In de rest van de badkamer kan 60×60 gewoon.
- Erkers, dakkapellen en schuine hoeken. Veel maatwerk, veel afval.
- Hoog op een gipswand. Een gipsplaat draagt ongeveer 32 kilo betegeling per vierkante meter, en een 60×60 van 1 cm komt met lijm rond de 28 kilo, het past dus, maar met weinig marge. Bij een dunne of slecht bevestigde plaat is extra ondersteuning nodig.
Hoe zo'n vloer in een echte kamer uitpakt, zie je bij de inspiratie. Welke tinten er zijn, van licht tot antraciet, grijs én warm, staat op de pagina over betonlooktegels.
Twee of drie millimeter, en één keuze die alles bepaalt
Bij een gerectificeerde tegel van 60×60 cm houd je 2 tot 3 mm voeg aan. Gerectificeerd wil zeggen dat de randen na het bakken machinaal recht zijn geslepen, zodat alle tegels precies even groot zijn en een smalle voeg netjes blijft lopen. 3 mm is de veiligste keuze, en boven vloerverwarming houd je 3 tot 4 mm aan: die iets bredere voeg vangt de werking van de vloer op.
Is de tegel niet gerectificeerd, neem dan 4 tot 5 mm. De randen lopen dan iets minder recht en een smalle voeg gaat daar scheef van staan. Op dit formaat zijn geslepen randen fijn maar niet kritiek. Bij 120×120 cm kun je er eigenlijk niet zonder; hier legt een niet-gerectificeerde tegel met 4 mm voeg ook prima, en dat is voor een doe-het-zelver zelfs vergevingsgezinder.
De voegkleur verandert meer aan het beeld dan de maat. Een voeg in dezelfde tint als de tegel maakt de vloer bijna één vlak, en dat is wat de meeste mensen bij betonlook in hun hoofd hebben. Een lichtere of donkere voeg geeft juist een zichtbaar net van vierkanten: strakker, industriëler, maar duidelijk een tegelvloer. Kies geen wit, middengrijs ziet er jaren later nog goed uit. Leg in de showroom het voegstaal naast je tegel, en bekijk het ook onder kunstlicht.
Hoeveel moet je bestellen
Meet je oppervlakte en tel daar een marge bij op. Bij 60×60 cm is 10% extra genoeg voor snijverlies en breuk in een rechthoekige kamer met een recht patroon. Maar hoe kleiner de ruimte, hoe meer je zaagt en hoe hoger die marge moet zijn. Zit de kamer vol hoeken, is hij L-vormig, komt er een nis of een kookeiland in, of leg je diagonaal, reken dan met 12 tot 15%. In een kleine badkamer of een toilet loopt het op tot ongeveer 20%.
Een voorbeeld. Een kamer van 30 m², recht gelegd: 30 × 1,10 = 33 m². Voor een kleine badkamer van 6 m² met veel hoeken reken je met 20%: 6 × 1,20 = 7,2 m², dus rond je naar boven af op 8 m².
Welke series er in dit formaat zijn, zie je in de betonlookcollectie van Middag Vloeren. Weet je je oppervlakte al, dan rekenen we het met je na.
Gewicht en leggen
Reken op ongeveer 23 kilo per vierkante meter bij een tegel van 1 cm dik. Een tegel van 60×60 cm is 0,36 m², dus die weegt zo'n 8 kilo. Is de serie dikker of dunner, dan schuift dat gewicht mee.
8 kilo til je met twee handen, en daarom is dit het formaat waarop veel mensen zelf slagen. Je hebt geen tweede persoon nodig om de tegel in de lijm te leggen, en zuignappen zijn handig maar niet nodig. Vanaf 80×80 cm verandert dat wel.
Wat je nodig hebt: een tegelsnijder met een baan van minimaal 65 cm, een waterzaag voor L-sneden en uitsparingen rond een afvoer (huren kan), een tandspaan van 8 tot 10 mm, flexibele lijm, een rubberen hamer en een lange rechte lat. Leg je diagonaal, dan heb je meer snijlengte nodig: je zaagt dan over de diagonaal van de tegel, en die is bij 60×60 cm bijna 85 cm. Reken op een snijder van 90 cm of doe die sneden met de waterzaag. Verkleef dubbel: kam de lijm op de vloer én strijk een dunne laag op de achterkant van de tegel, zodat er geen holle ruimte achterblijft.
En een nivelleersysteem: kunststof clips en wiggen die de randen van twee tegels tijdens het drogen op dezelfde hoogte houden. Zonder dat gebeurt dit: de ene tegel komt een millimeter hoger te liggen dan zijn buur, en bij strijklicht (licht dat vlak over de vloer valt, bijvoorbeeld uit een raam) zie je dat randje scherp en voel je het met je voet.
Hoe vlak moet de ondervloer zijn
Leg een rechte lat van 2 meter op je vloer en schuif hem rond. Zit er ergens meer dan 3 mm ruimte onder, dan moet die plek eerst egaliseren (de ondervloer kaarsrecht maken). Extra lijm is geen oplossing: een grote tegel kan een bult niet volgen. 60×60 cm is hierin toleranter dan de grote formaten, maar niet immuun. Twijfel je over de vlakheid, of ligt er vloerverwarming, laat het dan leggen.
Welke legpatronen kunnen
| Patroon | Op 60×60 cm |
|---|---|
| Blokverband | Het rustigst en het meest voor de hand liggend. De hoeken van vier tegels komen op één punt samen, en die zet je met clips gelijk. |
| Derdeverband | De beste keuze als je wél verspringing wil: ongeveer een derde, zo'n 20 cm. Een tegel is in het midden een fractie hoger dan aan de rand, en bij een derde blijft dat hoge midden weg van de lage hoek van zijn buur. |
| Halfsteens | Liever niet op de vloer. Bij een halve verspringing komt dat hoge midden precies naast een lage hoek en voel je daar sneller een randje. Op een wand kan het wel, al kun je het in strijklicht zien. |
| Diagonaal, 45 graden | Maakt een smalle ruimte optisch breder. Je zaagt wel veel meer, dus reken hier met 15% marge in plaats van 10%, en zorg dat je snijder de diagonaal van bijna 85 cm haalt. |
| Modulair | 60×60 combineren met 30×60 of 30×30 uit dezelfde serie. Werkt goed, als die maten in jouw serie bestaan. |
| Visgraat, Hongaarse punt | Niet mogelijk. Die patronen hebben langwerpige tegels nodig; van een vierkant maak je geen visgraat. |
| Wildverband | Bedoeld voor lange, smalle tegels, met willekeurig verspringende voegen. Op een vierkant wordt het alleen een rommelig raster. |
60×60, 30×60 of 80×80?
60×60 of 30×60 cm
Met 30×60 cm leg je hetzelfde oppervlak met twee keer zoveel tegels, en zie je ongeveer de helft meer voeglijn. In een klein toilet, een smalle bijkeuken of op een badkamerwand is dat juist praktisch: minder zaagwerk en meer hele tegels. Voor een rustige woonkamervloer is 60×60 de betere keuze. En staand op de wand doet een rechthoek iets wat een vierkant niet kan.
Alles over 30×60 cm →60×60 of 80×80 cm
80×80 cm is de logische stap omhoog: hetzelfde rustige vierkant, maar met minder voegen. Op 30 m² scheelt dat merkbaar. De tegel weegt dan wel ongeveer 15 kilo (0,64 m² × 23 kilo per m², zo gerekend) en is 80 cm breed, dus je legt met twee personen en zuignappen. Ook moet de ondervloer vlakker zijn. Twijfel je daarover, blijf bij 60×60.
Alles over 80×80 cm →Voordelen en nadelen
Voordelen
- Een ruim aanbod. Veel betonlookseries beginnen bij deze maat, dus veel keuze in tint en structuur.
- Zelf te leggen. Eén tegel weegt zo'n 8 kilo en past in twee handen, geen hulp nodig bij het tillen.
- Vergevingsgezind. Een ondervloer die niet helemaal vlak is, verdraagt dit formaat beter dan de grote platen.
- Weinig afval. In een gewone rechthoekige kamer blijf je met 10% extra ruim uit de brand.
Nadelen
- Je ziet meer voeg dan bij 60×120 of 120×120 cm. Wil je echt het beeld van één gegoten betonvloer, dan kom je met dit formaat het minst ver.
- In een heel grote open ruimte gaat het raster van voegen opvallen.
- Het is een van de gangbaarste maten, dus de vloer valt niet op. Wie iets bijzonders wil, kiest anders.
- In een piepklein toilet of een ruimte met veel hoeken zaag je onnodig veel tegels stuk.
Veelgestelde vragen
01 Is 60×60 cm niet te standaard?
Standaard is het wel, gedateerd niet. Dat deze maat zoveel wordt gelegd komt doordat hij in bijna elke kamer werkt. Wat je vloer modern of ouderwets maakt is niet het formaat maar de tegel zelf: de tint, de structuur, of het oppervlak mat is, en vooral je voegkleur. Een grijze betonlook met een voeg in dezelfde tint ziet er heel anders uit dan dezelfde tegel met een donkere voeg. Kijk dus eerst naar de serie en dan naar de maat.
02 Kan ik betonlook van 60×60 cm zelf leggen?
Dat lukt veel mensen, ja. Eén tegel weegt rond de 8 kilo, dus je hebt niemand nodig om te tillen. Het staat of valt bij de voorbereiding: een vlakke ondervloer, flexibele lijm, dubbel verkleven en een nivelleersysteem, clips en wiggen die twee tegels tijdens het drogen op dezelfde hoogte klemmen. Je hebt een tegelsnijder van minimaal 65 cm nodig, en ruim 85 cm als je diagonaal legt; voor uitsparingen een waterzaag, die je kunt huren. Ligt er vloerverwarming of twijfel je over de vlakheid, laat het dan leggen.
03 Welke voegbreedte en voegkleur kies ik?
Bij gerectificeerde tegels, tegels waarvan de randen na het bakken machinaal recht zijn geslepen, houd je 2 tot 3 mm aan, en 3 mm is het veiligst. Boven vloerverwarming houd je 3 tot 4 mm aan. Zijn de randen niet geslepen, neem dan 4 tot 5 mm. Voor de kleur: dezelfde tint als de tegel geeft het beeld van één doorlopend betonvlak, een afwijkende tint geeft een zichtbaar raster van vierkanten. Wit blijft niet mooi. Leg in de showroom het voegstaal naast je tegel, ook onder kunstlicht.
04 Bestaat dit formaat ook als tegel van 2 cm voor buiten?
Vaak wel. Niet elke betonlookserie heeft die dikke variant, en soms bestaat hij alleen in een deel van de kleuren. Wil je de vloer laten doorlopen naar het terras, kies dan de serie op de buitentegel en niet omgekeerd: het is zuur om de binnenvloer al te hebben liggen en er buiten niet bij te kunnen. Voor buiten wil je ook een tegel die niet glad wordt in de regen: voor een terras wordt doorgaans minimaal antislipwaarde R11 aangehouden, en die geldt per afwerking. Buiten hoort daar ook een bredere voeg bij, minimaal 5 mm.
Kom het beton
eerst even zien
Op een scherm lijkt alle betonlook op elkaar. In onze showroom in Leerdam liggen de tinten op ware grootte op de vloer, zodat je ziet hoe ze in het licht vallen. Loop binnen of bel ons, advies kost niets.
- Showroom
- Techniekweg 1, 4143 HW Leerdam
- Open
- di t/m vr 10:00 – 17:00 · za 10:00 – 16:00 Zondag en maandag gesloten
- Telefoon
- 0345 632 400
- info@middagvloeren.nl