Betonlooktegels
100×100 cm
Een tegel van een bij een meter maakt een vloer die bijna onzichtbaar doorloopt. Per tien vierkante meter liggen er maar tien tegels, dus je ziet nauwelijks een raster, ongeveer 40% minder voeglengte dan bij 60×60 cm. Het oog leest de vloer als één vlak beton in plaats van als een verzameling tegels.
Zo valt 100×100 in een kamer
Dit formaat vraagt ruimte. In een open woonkamer met de keuken in dezelfde ruimte, vanaf ongeveer 25 m², komt het rustige effect echt tot zijn recht: de vloer loopt onder de eettafel door tot achter het kookeiland zonder dat je ergens een voeglijn als grens ziet. Ook in een brede hal of entree werkt het, zolang die breder is dan ongeveer 2,5 meter. In een ruime badkamer kan het buiten de doucheplek, want daar is de vloer vlak. De doucheplek zelf is een ander verhaal. Het afschot, het lichte verval waardoor water naar de afvoer loopt, wordt in de ondergrond gemaakt, met een afschotplaat of een dekvloer die op afschot is aangebracht, en je rekent op zo'n 10 mm verval per meter. Een stijve tegel van een volle meter kan dat verval niet volgen, en in een lijmlaag van een paar millimeter vang je het niet op. Neem daar dus een kleiner formaat of mozaïek. Loopt de vloer met een lijngoot maar naar één kant af, dan wordt het makkelijker. Laat een tegelzetter meekijken.
Onder ongeveer 15 m² valt het formaat af: je zaagt dan bijna elke tegel aan, en juist de hele tegels maken het beeld. In een gang van 1,2 meter breed ligt er één hele tegel plus een strook van 20 cm: je koopt een groot formaat en houdt over de hele lengte een smalle strook over. Hetzelfde geldt voor het toilet en voor kamers met nissen, radiatorbuizen of een schuine wand. Elk obstakel kost hier al snel een hele vierkante meter tegel.
En de tegels moeten wel naar boven kunnen: een plaat van een bij een meter komt vaak simpelweg de bocht van een smalle draaitrap niet om. Laat dat nakijken vóór je bestelt. Wil je de vloer zonder drempel laten doorlopen naar het terras? Daar gaat de 2 cm-versie in, die niet elke serie heeft.
De maatcheck: kijk naar de kortste wand van de ruimte. Passen daar drie hele tegels naast elkaar, dus ongeveer drie meter, dan klopt het formaat. Lukt dat niet, kijk dan naar 80×80 cm of naar 60×120 cm, dat een smalle ruimte juist langer maakt. Twijfel je over de tint, kies dan eerst de kleur en daarna het formaat.
Twee millimeter bepaalt het hele beeld
Bij gerectificeerde tegels van dit formaat werk je meestal met een voeg van 2 tot 3 mm. Gerectificeerd betekent dat de randen na het bakken machinaal recht zijn geslepen, zodat alle tegels precies even lang zijn en je een heel dunne voeg kunt maken. Bij 100×100 cm is dat praktisch de standaard, en je wilt het ook echt hebben: hoe langer de zijde, hoe sneller een klein maatverschil zichtbaar wordt als een voeg die verloopt.
Veel fabrikanten schrijven bij grote formaten minimaal 3 mm voor, en bij vloerverwarming wordt vaak 3 tot 4 mm aangehouden. Het legvoorschrift van de serie is bepalend, niet wat je op internet leest. Smaller dan 2 mm is geen goed idee: de voeg moet de kleine beweging van tegel en ondervloer kunnen opvangen, en een te smalle voeg is de kortste weg naar een afgeknapt hoekje. Kies je de 2 cm-uitvoering voor buiten, dan geldt daar minimaal 5 mm.
De voegkleur doet meer dan je zou denken. De voeg is maar een fractie van het vloeroppervlak, maar hij bepaalt of je één doorlopend vlak ziet of een raster van meters. Ligt de kleur vlak bij de tegel, dan verdwijnt de indeling; kies je een donkere voeg onder een lichte tegel, dan tekent zich een grof ruitpatroon af. Beide kan mooi zijn, maar je draait het niet terug. Laat in de showroom een voegmonster naast de tegel leggen, niet alleen een kleurenkaart. Op de inspiratiepagina zie je het verschil.
Hoeveel moet je bestellen
Rekenen is bij dit formaat eenvoudig: één tegel van 100×100 cm is precies één vierkante meter. Dertig vierkante meter vloer is dus dertig tegels, en daar komt snijverlies bij. Bij grote tegels verlies je per snede meer, want elk stuk dat je afzaagt is een flink deel van een vierkante meter.
Voor een rechthoekige kamer zonder veel obstakels reken je bij dit formaat ongeveer 12% extra: 30 plus 3,6 is 33,6 m², en omdat één tegel precies een vierkante meter is bestel je dus 34 tegels. Zit er een erker, een schuine wand of een rij deuropeningen in, ga dan naar 15%: 30 plus 4,5 is 34,5 m², dus 35 tegels. En hoe kleiner de ruimte, hoe hoger het percentage moet zijn: je zaagt dan verhoudingsgewijs veel meer tegels aan.
Bestel dus 12% extra voor snijverlies en breuk, en 15% als je veel hoeken, een nis of een kookeiland hebt om omheen te werken. Leg je diagonaal, dan komt daar nog een opslag bovenop.
In de showroom in Leerdam ligt de tegel in zijn geheel op de vloer in daglicht, op een staaltje van 10×10 cm zie je juist niet hoe de wolkige tekening over de vloer verloopt. Wil je eerst rondkijken, dan staan alle betonlooktegels in de webshop van Middag Vloeren, en op de formatenpagina zet je de zes maten naast elkaar.
Gewicht, gereedschap en de ondervloer
Keramische tegels van ongeveer 1 cm dik wegen rond de 23 kilo per vierkante meter. Een tegel van 100×100 cm is één vierkante meter, dus reken op zo'n 23 kilo per stuk. In een dikkere uitvoering loopt dat verder op.
Ruim 20 kilo kun je tillen, maar dit is geen formaat om alleen te leggen. Een plaat van een bij een meter is groot, glad en onhandig om in je eentje vlak boven de lijmlaag te mikken. Je hebt twee mensen nodig, allebei met zuignappen. Verder: een tegelzaag met een rail van minstens 110 cm, want een gewone snijtafel haalt de snede niet, leg je diagonaal, dan zaag je over de diagonaal van de tegel en die is ruim 141 cm, en dat is werk voor de waterzaag; een nivelleersysteem, de clips die twee tegels naast elkaar op gelijke hoogte klemmen terwijl de lijm droogt; en lijm op de vloer én op de achterkant van de tegel, zodat er geen holle plek achterblijft, onder een grote tegel is dat een barst die staat te wachten. We adviseren een ervaren tegelzetter: bij Middag Vloeren leggen onze eigen mensen de vloer en heb je één vast aanspreekpunt, van het slopen van je oude vloer tot de laatste plint.
De ondervloer moet kaarsrecht zijn
Een grote tegel is stijf en volgt de vloer niet. Ligt er een bolling of een holte, dan gaat de tegel wippen of komt hij aan één kant hoger te liggen dan zijn buur. Vakmensen houden bij dit formaat maximaal drie millimeter afwijking aan onder een rechte lat van twee meter, dus in de praktijk wordt er bijna altijd eerst geëgaliseerd: een dunne, zelfvlakkende laag over de vloer gieten die hem strak en waterpas trekt. Laat de vloer nameten voordat je bestelt, want egaliseren is een aparte post. Op een houten ondervloer is dit formaat vaak geen goed idee, omdat hout meebeweegt.
Zo'n hoogteverschil tussen twee tegels heet lipping: het randje dat je met je voet voelt als de ene tegel een millimeter hoger ligt dan de andere. Bij kleine tegels merk je dat nauwelijks. Hier loopt het randje over een volle meter mee en zie je het al in strijklicht, licht dat vlak over de vloer valt, vanuit een raam of een spot.
Ligt er vloerverwarming onder? Dat gaat goed samen met keramiek, ook bij dit formaat: keramiek heeft een lage warmteweerstand en geeft warmte dus goed door. Gebruik lijm en voegmiddel die daarvoor geschikt zijn, en meld het vóór de bestelling. Na het voegen blijft de verwarming vier tot zes weken uit, afhankelijk van het systeem, dat is de periode waarin lijm en voeg hun eindsterkte halen. Daarna stook je op met ongeveer 5 °C per dag tot maximaal 40 °C watertemperatuur; dat gaat over het water in de installatie, niet over de stand van je kamerthermostaat.
Welk patroon werkt, en welk niet
Vierkant en groot betekent: recht leggen. De patronen die bij smalle tegels mooi zijn, werken hier juist tegen je.
| Patroon | Bij 100×100 | Waarom |
|---|---|---|
| Recht, blokverband | Het patroon | De voegen liggen netjes in lijn. Rustig, logisch bij een vierkante tegel, en het kleinste risico op hoogteverschillen. |
| Halfsteenverband | Afgeraden | De hoek van de ene tegel komt midden tegen de lange rand van de volgende, precies waar een minieme welving het grootste randje geeft. |
| Diagonaal, 45 graden | Zelden de moeite | Technisch kan het, maar het snijverlies loopt hard op en langs elke wand krijg je driehoeken van bijna een hele tegel. |
| Visgraat, Hongaarse punt | Niet mogelijk | Die patronen hebben langwerpige tegels nodig. Wil je dat beeld, kijk dan naar 60×120 cm. |
| Wildverband | Niet logisch | Bedoeld voor langwerpige tegels in verschillende lengtes. Bij één vierkante maat valt er niets te verspringen. |
| Modulair, met kleinere maten | Soms | Alleen als de fabrikant de maten op elkaar heeft afgestemd. Anders klopt de voeg niet meer over de vloer. |
100×100 of toch 80×80 of 120×120?
80×80 cm: de veiligere keuze
En dat is geen belediging. Een tegel van 0,64 m² weegt ongeveer 15 kilo, past op een gangbare zaag en vergeeft iets meer in de ondervloer. Je legt wel ruim anderhalf keer zoveel tegels en ziet daardoor een vijfde meer voeglengte. In ruimtes tussen ongeveer 15 en 25 m², of in een huis met een smalle trap en veel hoeken, valt de afweging meestal deze kant op.
Alles over 80×80 cm →120×120 cm: nog een stap rustiger
Zelfde karakter, hogere eisen. Eén tegel is 1,44 m² en weegt zo'n 33 kilo, de zaag moet nóg langer en de ondervloer nóg vlakker. Daarom is 100×100 cm vaak het praktische midden: bijna hetzelfde beeld, met minder risico. Kies 120×120 cm bij echt grote, open ruimtes, en met een tegelzetter die er ervaring mee heeft.
Alles over 120×120 cm →Wat dit formaat je geeft, en wat het vraagt
Voordelen
- Heel weinig voegen: de vloer leest als één doorlopend vlak, dicht bij het beeld van een gietvloer, maar in keramiek.
- Werkt ruimtelijk: in een grote of open ruimte oogt de vloer rustiger en daardoor groter.
- Minder voeglengte is minder voeg om schoon te houden, en vuil verzamelt zich nu eenmaal in de voeg.
- Vierkant is neutraal. Je zit niet vast aan een richting, dus de vloer kan onder deuren door doorlopen.
Nadelen
- De ondervloer moet vlak zijn. Egaliseren is bijna altijd nodig en dat is een aparte post in de begroting.
- Elke onnauwkeurigheid is zichtbaar. Een klein hoogteverschil loopt hier over een volle meter mee.
- Niets voor doe-het-zelvers: twee man, zuignappen, een zaag van ruim 110 cm, en zodra de tegel in de lijm ligt valt er weinig te corrigeren.
- Meer snijverlies, en één verkeerde snede kost meteen een hele vierkante meter. In kleine of smalle ruimtes valt dit formaat daarom af.
Grote platen zijn per vierkante meter duurder dan kleinere tegels, en er gaat meer arbeid in het leggen. Gaat de vloer door naar het terras, let dan ook op de antislipwaarde: voor een terras wordt doorgaans minimaal R11 aangehouden, en die waarde geldt per afwerking. Zoek je de betonlook zonder deze eisen aan de ondervloer, dan is het ook als PVC verkrijgbaar.
Veelgestelde vragen
01 Kan ik betonlooktegels van 100×100 cm zelf leggen?
Het mag, maar we raden het af. Eén tegel weegt ongeveer 23 kilo en is een volle meter lang, dus je hebt twee mensen en zuignappen nodig om hem vlak in de lijm te leggen. Verder heb je een zaag met een rail van minstens 110 cm nodig en een nivelleersysteem: clips die twee tegels tijdens het drogen op dezelfde hoogte klemmen. Het grootste probleem is de nauwkeurigheid: zodra de tegel in de lijm ligt corrigeer je bijna niets meer, en elk hoogteverschil zie je over de hele vloer.
02 Hoeveel tegels van 100×100 cm heb ik nodig voor 30 m²?
Eén tegel van 100×100 cm is precies één vierkante meter, dus rekenen is simpel: 30 tegels voor het vloeroppervlak. Daar komt snijverlies bij. In een rechthoekige kamer reken je bij dit formaat ongeveer 12% extra: 30 plus 3,6 is 33,6 m², dus 34 tegels. Zitten er nissen, een erker of schuine wanden in, ga dan naar 15%: 34,5 m², dus 35 tegels. En hoe kleiner de ruimte, hoe meer je aan de kant afzaagt, dus houd daar dan nog wat extra aan.
03 Welke voegbreedte hoort bij 100×100 cm?
Bij gerectificeerde tegels, tegels waarvan de randen na het bakken machinaal recht zijn geslepen, werk je meestal met 2 tot 3 mm. Veel fabrikanten schrijven bij dit formaat minimaal 3 mm voor, en bij vloerverwarming wordt vaak 3 tot 4 mm aangehouden. Het legvoorschrift van de serie is altijd bepalend. Smaller dan 2 mm is onverstandig: de voeg moet de kleine beweging van tegel en vloer kunnen opvangen. Buiten, in de 2 cm-uitvoering, houd je minimaal 5 mm aan. Kies je een voegkleur dicht bij de tegel, dan valt de indeling nauwelijks op.
04 Moet mijn ondervloer eerst geëgaliseerd worden?
Bijna altijd wel. Een tegel van een bij een meter is stijf en volgt de vloer niet. Vakmensen houden bij dit formaat maximaal drie millimeter afwijking aan onder een rechte lat van twee meter. Ligt er een bolling of een holte, dan gaat de tegel wippen of komt hij hoger te liggen dan zijn buur. Laat de vloer daarom nameten voordat je bestelt, zodat egaliseren, een dunne, zelfvlakkende laag die de vloer strak trekt, geen verrassing is in de begroting.
Neem de maten
van je kamer mee
Twijfel je of 100×100 cm past bij jouw ruimte? In de showroom in Leerdam liggen hele tegels op de vloer in daglicht, zodat je ziet hoe de tekening over een meter verloopt. We rekenen samen uit hoeveel je nodig hebt. Loop binnen zonder afspraak of bel ons.
- Showroom
- Techniekweg 1, 4143 HW Leerdam
- Open
- di t/m vr 10:00 – 17:00 · za 10:00 – 16:00 Zondag en maandag gesloten
- Telefoon
- 0345 632 400
- info@middagvloeren.nl